Griepvaccinatie

De seizoensgriep (influenza A of B-virus) is een acute luchtwegeninfectie die gekenmerkt wordt door koorts, vermoeidheid, hoofdpijn, keelpijn, hoesten, spier- en gewrichtspijnen. Deze ziekte verspreidt zich jaarlijks opnieuw tijdens de winter- en lentemaanden onder de bevolking.  Het betreft een virale aandoening die, bij ongecompliceerd verloop, steeds spontaan geneest binnen 2 tot 7 dagen (incubatietijd na besmetting: 2-4 dagen). De hoestklachten en de vermoeidheid kunnen echter langer aanhouden.  De infectie verspreidt zich via virushoudende druppeltjes (aërosolen) die door hoesten en niezen of door direct contact met de zieke worden verspreid. Gedurende de eerste week van de ziekte is men besmettelijk voor zijn omgeving. Complicaties (zoals bvb. longontsteking door bacteriën) zijn mogelijk bij bepaalde risicopatiënten (zie lijst hieronder).  Hen wordt geadviseerd zich te laten inenten met het griepvaccin om zich te beschermen (complicatiereductie bedraagt dan 20-50%). Voor deze patiënten voorzien de mutualiteiten een gedeeltelijke terugbetaling  van het vaccin. De toediening gebeurt bij voorkeur tijdens de maanden oktober en november bij de huisarts en het vaccin biedt bescherming gedurende een jaar. De enige bewezen bijwerking van influenzavaccinatie in vergelijking met placebo is een lokale reactie op de plaats van injectie, die bestaat uit pijn, roodheid en zwelling. Vaccinatie is gecontra-indiceerd tijdens een acute infectieziekte, bij koorts en bij overgevoeligheid voor kippenei-eiwit of voor het gebruikte conserveringsmiddel. Vaccinatie biedt echter geen bescherming tegen influenza-achtige ziektebeelden die niet door het influenzavirus worden veroorzaakt.

Eenvoudige voorzorgsmaatregelen zoals regelmatig handen wassen met zeep en een goede nies- en hoesthygiëne blijven essentieel om verspreiding van het influenzavirus en besmetting te beperken, zeker bij een griepepidemie.

 

Risicogroepen:

  • Personen ouder dan 65 jaar

  • Personen die in een instelling opgenomen zijn

  • Personen vanaf de leeftijd van 6 maanden met een chronische aandoening van de longen, het hart, de lever, de nieren, met een metabole aandoening en met immuniteitstoornissen

  • Personen tussen 6 maanden en 18 jaar die een langdurige aspirinetherapie volgen

  • Personen die werkzaam zijn in de gezondheidssector en met risicopatiënten in contact komen

  • Zwangere vrouwen

  • Personen tussen 50 en 64 jaar wegens één kans op drie dat zij toch een complicatierisico vertonen (vooral bij roken, overgewicht en alcoholmisbruik)

  • Personen die beroepsmatig in contact komen met levende varkens en gevogelte, alsook hun familieleden die onder hetzelfde dak wonen

 

 

Bij niet-risicopatiënten omvat de behandeling enkel rust en eventueel comfortmedicatie zoals paracetamol en/of aspirine.  Patiënten die tot een risicogroep behoren zullen in sommige gevallen ook antivirale middelen toegediend krijgen. Deze medicatie zal het verloop van de ziekte inkorten, de symptomen matigen en de kans op complicaties verminderen.  Dit moet steeds individueel per patiënt geëvalueerd worden door een arts. Het is daarom zinloos om zelf preventief deze medicijnen in huis te halen.

De griepvaccinatieperiode is tevens een geschikt moment om samen met uw arts na te kijken of u in aanmerking komt voor het hernieuwen of opstarten van andere vaccins die nuttig kunnen zijn voor uw gezondheid ( tetanus, mazelen, pneumococcen).

Ga terug naar overzicht